|
fijne bloemen
Fijne en schuimige bloemen zoals schuim Groeiden langs de kant van onze paden De wind viel en de lucht leek langs je handen te strijken En je haar met veren. De schaduw was welwillend voor onze herenigde stappen In hun mars, onder het gebladerte; Er kwam een kinderliedje uit een dorp En vulde de hele oneindigheid. Onze vijvers spreiden zich uit in hun herfstpracht Onder de hoede van lang riet En de prachtige voorkant van het bos weerspiegeld in het water Zijn hoge en flexibele kroon. En wij allebei, wetende dat onze harten aan het formuleren waren Samen één gedachte, We dachten dat het ons vredige leven was Dat heeft deze mooie avond ons geopenbaard. Op een keer zag je de hemel vieren Versier onszelf en zeg vaarwel tegen ons; En lang en lang gaf je haar je ogen Vol tot aan de randen van stomme tederheid.
Emile Verhaeren.
|